(recensie geplaatst november 1999)
Twee integrale authentieke uitvoeringen
Barbara Schlick, Sandrine Piau (sopraan), Tommy Willams (jongenssopraan),
Andreas Scholl (alto), Mark Padmore (tenor), Nathan Berg (bas), Les Arts Florissants
o.l.v. William Christie. Harmonia Mundi 901498.99 (2)
fff Uitvoering 9 - Opname 8
Lynne Dawson (sopraan), Hilary Summers (alt), John Mark Ainsley
(tenor), Alastair Miles (bas), Choir of Kings's College, Cambridge, Brandenburg
Consort o.l.v. Stephen Cleobury. Argo 440672-2(2) !
fff Uitvoering 8/9 - Opname 8
Twee integrale uitvoeringen van de Messiah uit de authentieke hoek: allebei fraai gerealiseerd, maar met de markante verschillen qua onderdelen en bezetting. Argo vermeldt dat de uitgave van Donald Burrows is gebruikt, die ook voor de beide producties de Engelse toelichting schreef waarin sprake is van 36 door Händel zelf geleide uitvoeringen in 1742-59. Hij bracht daarbij steeds wijzigingen aan in de partituur: al naar gelang de solisten die meewerkten en de ruimte waar gemusiceerd werd. Bij Christie staat achterop de box: Dublin 1742, maar die première-visie is van de nodige afwijkingen voorzien. Händel werkte met maar liefst zeven solisten: sopraan, alt, twee counter-tenoren (alto's), tenor en twee bassen. Christie beperkt zich tot zes, waarbij hij aan de twee sopranen nog een jongenssopraan toevoegt, verder een alto, tenor en bas. Cleobury koos een versie uit 1752 en kon daardoor volstaan met de traditionele vier solisten, sopraan, alt, tenor en bas (countertenoren alleen in het koor). Belangrijk verschil treffen we aan bij de koorbezetting der koren: Les Arts Florissants werkte tijdens de opname met tien sopranen, vijf alten, vier tenoren en zes bassen, King's College bestaat louter uit jongens- en mannenstemmen, waarbij de alto's de karakteristiek van de klank sterk bepalen. Met de gebruikelijke Peters-uitgave bij de hand vallen als belangrijkste afwijkingen op: bij Christie de jongenssopraan in "There were shepherds"(14), de vervanging van tenor door sopraan in "He was cut of" (29) en "But Thou didst not leave" (30) en de vervanging van alto door tweede sopraan in: "Thou art gone up on high" (34). "How beautiful are the feet" (36) horen we van de sopraan, maar bij het vergelijkbare deel in het eerste deel "He shall feed His flock" koos Christie de duet-vorm. Cleobury heeft minder verrassingen in petto: ook bij hem een sopraan in 29 en 30 en verder koos hij van de beroemde bas-aria "Why do the nations" (38) de sterk verkorte versie met een zeven maten tellend recitativo aan het slot en zonder het uitgebreide da capo (38a). Beide uitvoeringen zijn prachtig, maar verschillend van uitgangspositie. Christie is avontuurlijker, feller, met een scherpe attaque en daardoor pakkender. Cleobury demonstreert een staalkaart van perfecte Engelse koorzang, maar neigt eerder naar een meer legato-uitvoering met mooi zingende frasen en een constante muzikale golfslag. Absolute ster bij Christies solisten is de tweede sopraan Sandrine Piau, die haar "Rejoice greatly" (16) adembenemend virtuoos zingt en zeer vrije versieringen en afwijkingen Overtuigend weet te brengen. Bij de tenoren wint Ainsley het van Padmore, die minder trefzeker overkomt. Stilistisch zit het bij alle vocalisten wel goed, al durven die van Christie wat meer dan die van Cleobury, die zich vaak houden aan het gedrukte notenbeeld en hun fantasie te weinig benutten. De orkesten spelen volgens de authentieke principes met gebruik van periode-instrumenten of goede kopieën. Het Brandenburg Consort wordt aangevoerd door Roy Goodman, Les arts Florissants door Hiro Kurosaki. In beide uitgaven zijn zowel orgel als clavecimbel ingezet voor het continuo. De goede opnamen zijn gemaakt in heel verschillende ruimten: een studio bij Christie en de (5 sec.) nagalmrijke kapel van King's College bij Cleobury. (DDD-2.23'; 2.23'!)
C.v.Z.