Overzicht per componist

Andriessen, Hendrik (1892-1981)

1892 Geboren op 17 september Hendrik Andriessen
1913 Organist St. Josephkerk in Haarlem
1916 Behaalt diploma aan conservatorium
1927 Wordt hoofdvakleraar theorie conservatorium
1945 Eerste uitvoering Te Deum Laudamus

1981

Sterft op 12 april

   
   
   
   
   
   
 

 

 

 

 

Bastiaans, Johannes Gijsbertus (1812 - 1875)

1812 Geboren te De Wilp (NL)  
 

Johannes Gijsbertus Bastiaans was een Nederlands organist, componist en muziektheoreticus. Bastiaans kreeg vanaf zijn tiende orgelles in Deventer. Hij leerde voor horlogemaker en vestigde zich in Rotterdam. Daar maakte hij kennis met C.F. Hommert, die hem liet kennismaken met de werken van Johann Sebastian Bach.

Hij trok naar Duitsland waar hij les kreeg van onder meer Felix Mendelssohn-Bartholdy en F. Becker.

In 1839 werd hij organist voor de doopsgezinde gemeente in Deventer. In 1840 werd hij organist aan de Zuiderkerk in Amsterdam en van 1858 tot 1878 was hij stadsorganist aan de Grote of Sint-Bavokerk en stadsbeiaardier in Haarlem.

Hij was hij één van de drijvende krachten achter de groeiende aandacht voor J.S. Bach in Nederland. Bastiaans heeft verschillende koralen en werken voor orgel en piano geschreven. Ook heeft hij verschillende melodieën geschreven voor de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen.

In het Liedboek voor de Kerken zijn 9 liederen van melodieën van hem voorzien. Een bekend voorbeeld daarvan is De Heer is mijn Herder dat in bovengenoemde vervolgbundel als Lied van de Goede Herder was opgenomen. De tekst van dit lied is geschreven door Jan Jakob Lodewijk ten Kate.

Bron: Liedboek voor de kerken. Samengesteld door de Prof. G. van der Leeuw-stichting 3e druk, Zoetermeer 1998

 

Bach, Johannes Sebastian (1685-1750)

1685 Geboren op 21 maart te Eisenach Johann Sebastian Bach
1694 Moeder overlijdt
1695 Vader overlijdt; gaat wonen bij oudste broer Johann Christoph met wie hij muziek studeert
1696 Gaat naar het lyceum
1700 Gaat studeren aan de benedictijnerkooropleiding Sint Michaël in Lüneberg
1701 Blijft na stembreuk orgel en viool studeren
1703 Wordt hofmusicus bij de broer van de hertog in Weimar; later dit jaar wordt hij organist in Arnstadt
1704 Componeert Osteroratorium
1705 Reist naar Lübeck om Buxtehude te ontmoeten
1707 Wordt in juli organist in Mühlhausen; trouwt in oktober met zijn nicht Maria Barbara Bach
1708 Keert terug naar Weimar als hofmuzikant en organist van de hertog
1710 In oktober wordt zoon Wilhelm Friedemann geboren
1711 Bezoekt Halle en slaat baan als organist af
1714 In maart wordt zoon Carl Philipp Emanuel geboren; schrijft veel cantates
1717 Wil zijn baan opzeggen en wordt daarom door de hertog opgesloten; wordt vrijgelaten, vertrekt uit Weimar en wordt Kapellmeister van Prins Leopold van Anhalt in Köthen
1719 Reist naar Halle om Händel te ontmoeten, maar die blijkt in Engeland te zijn (de componisten hebben elkaar nooit ontmoet)
1720 Zijn vrouw sterft tijdens zijn afwezigheid; probeert een aanstelling in Hamburg te krijgen
1721 Schrijft de Brandenburgse concerten, opgedragen aan hertog Christian Ludwig van Brandenburg; hertrouwt met Anna Magdalena Wülken, dochter van een hoftrompettist
1722 Schrijft Klavierbüchlein voor Anna Magdalena; solliciteert als cantor bij de Thomaskerk en Thomasschool in Leipzig
1723 Wordt na een proefuitvoering van zijn Johannespassion gekozen als cantor; maar kan aanstelling in Köthen aanhouden tot de dood van de hertog; in december wordt Magnificat uitgevoerd
1725 Schrijft Notenbuch voor Anna Magdalena; componeert nog steeds veel cantates
1727 Begint aan de Matthäuspassion; een deel ervan wordt uitgevoerd bij de begrafenis van Prins Leopold.
1729 Première Matthäuspassion; een van de vele ruzies met het bestuur van de Thomaskerk
1730 Weet enkele verbeteringen door te voeren in de Thomaskerk na de aanstelling van een nieuwe rector
1731 Bezoekt Dresden; Klavierübung deel 1 wordt gepubliceerd
1732 Geboorte van zoon Johann Christoph Friedrich
1734 Eerste uitvoering van het Weihnachtsoratorium
1735 Geboorte van zoon Johann Christian. De jaren hierna behoudt hij zijn moeizame aanstelling en schrijft veel
1740 Zijn zoon C.P.E. Bach treedt in dienst van Frederik de Grote; zijn gezichtsvermogen wordt steeds slechter
1747 Bezoekt zijn zoon aan het hof van Frederik; wordt hartelijk ontvangen en componeert naderhand voor de koning het Musikalischer Opfer

1750

Verliest na een operatie zijn gezichtsvermogen, dat nog heel even terugkomt; sterft op 28 juli aan een beroerte

 

 

Brahms, Johannes (1833-1897)

1833 Geboren te Hamburg (D) Johannes Brahms
 

Tot groot verdriet van vader Brahms interesseerde zijn jongste zoon zich al vroeg voor een instrument dat hij nooit zou kunnen betalen: piano. Zelf was hij contrabassist, en moest zich heel wat materiële offers getroosten voor de muziekopleiding van zijn wonderkind Johannes (geboren in Hamburg op 7 mei 1833). Cossel en Marxsen waren zijn eerste leraars, en al vroeg dirigeert hij een mannenkoor en schrijft zijn eerste composities.
Om zijn ouders financieel te helpen speelt hij in nachtkroegen, en geeft pianoles, terwijl hij zijn gebrekkige algemene vorming kan bijwerken door zelfstudie.

Door een Hongaars violist te begeleiden leert hij de zigeunermuziek kennen, Brahms had enkele vrienden voor het leven, zoals de violist Joachim, Clara Schumann en de dirigent Hans von Bülow. Aanvankelijk behoorde ook Liszt tot zijn vrienden, maar al gauw ging hij die te theatraal vinden. Hij ondertekende zelfs mee een petitie tegen de "toekomstmuziek" van Liszt en Berlioz (niet tegen die van Wagner!), wat hem later nog duur zou te staan komen.

In Detmold is hij drie jaar na elkaar enkele maanden hofpianist, en wordt in het Teutoburgerwald natuurvriend. Zijn eerste pianoconcerto in Leipzig wordt een fiasco.

Na Detmold wil hij dirigent van de Philharmonie van Hamburg worden, maar als dat mislukt, verhuist hij naar Wenen als vrij kunstenaar. Op zijn eerste concert oogst hij enorm succes met werk van Bach, Schumann en ... van zichzelf, en mag zich verheugen in de gunstige kritiek van Hanslick.

Hij wordt overal beroemd als pianist, begeleider en dirigent en is op tournee in Hongarije, Polen, Nederland, Rusland, Denemarken, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Engeland en Duitsland. Hij wordt ook doctor honoris causa in Cambridge en Breslau. In 1872 trekt hij in zijn eerste eigen woning in de Karlsgasse, en blijft er wonen tot zijn dood op 3 april 1897. Enkele tijd dirigeerde hij de "Wiener Singakademie" en daarna de "Gesellschaft für Musikfreunde", maar nergens bevalt hem het dirigeren langer dan enkele jaren. Toch is die ervaring met koren van groot belang voor zijn composities. Hij kan het zich veroorloven aanlokkelijke aanbiedingen aan zich te laten voorbijgaan, door de goede betrekkingen die hij onderhoudt met zijn uitgevers.

Over zijn verhouding met Clara Schumann wordt veel geroddeld, zeker na de zelfmoordpoging van Robert Schumann. Zelf trouwde hij nooit, naar hijzelf zegt uit schrik dat een eventuele vrouw de aanvankelijke fiasco's van zijn muziek niet zou verdragen. Aan de verhouding met de 25-jarige Agathe von Siebold maakt hij echter zelf een einde "omdat hij geen knellende banden kon verdragen". Als Clara in 1896 sterft, verergert zijn leverkwaal; en hij componeert nog slechts enkel koraalvoorspelen. Waarschijnlijk was hij zich niet bewust van zijn toestand en hij sterft bewusteloos.

bron: www.componisten.net

.

Fauré, Gabriel (1845-1924)

1845 Geboren op 12 mei te Pamiers (F) Gabriel Fauré
1854 Gaat naar de Ecole de Musique van Niedermeyer in Parijs
1857-1865 Wint een aantal prijzen en studeert vanaf 1861 piano bij Saint-Saëns
1865 Cantique de Jean Racine, geschreven als afstudeeropdracht
1866-1870 Kerkorganist in Rennes
1870 Organist in Clignancourt; gaat in augustus in dienst
1871 Wordt na diensttijd assistent-organist in Saint-Sulpice; medeoprichter van de Societé Nationale de la Musique in november.
1876 Eerste vioolsonate
1879 Eerste pianokwartet
1881 Balade voor piano en kwartet
1883 Trouwt op 27 maart met Marie Fremiet
1886 Tweede pianokwartet
1887 Pavane voor koor en orkest
1892 Wordt inspecteur van de nationale conservatoriums
1896 Dolly suite voor piano
1900 Prométhée; voltooit orkestversie Requiem
1905 Wordt directeur van conservatorium
1912 Opera Pénélope
1917 Tweede vioolsonate
1922 Franse president woont concert van hem bij
1924 Voltooit strijkkwartet in september; sterft op 4 november in Parijs

 

Franck, César (1822-1890)

1822 Geboren op 10 december in Luik (B) César Franck
1830 Gaat naar conservatorium van Luik, waar hij piano en muziektheorie studeert
1835 Concerttournee met zijn broer Joseph; in mei verhuist het gezin naar Parijs
1837 In oktober naar conservatorium van Parijs
1842 Vader haalt hem van het conservatoroim; tweede tournee door België; ontmoet Liszt in Brussel
1843 Publicatie van drie trio's (opus 1)
1844 De familie Franck keert terug naar Parijs
1846 Première van het oratorium Ruth in januari; verlaat ouderlijk huis en verdient kost als organist en leraar
1848 Trouwt op 22 februari met Félicité Desmousseaux
1858 Organist van de Ste. Clotilde in Parijs
1861 Première Mis in A
1862 Six pièces voor orgel
1871 Medeoprichter van de Société Nationale. Trio, opus 1 nummer 2, wordt uitgevoerd tijdens openingsconcert in november
1872 Rédemption; wordt professor orgel op conservatorium Parijs
1878 Drie orgelstukken
1879 Les Béatitudes (pianokwintet)
1885 Symfonische variaties; Prélude, choral en fugue (piano)
1888 Symfonie Psyché
1889 Strijkkwartet

1890

 

Trois chorals; sterft op 8 november in Parijs als gevolg van een verkeersongeval voor zijn woonhuis.

 

 

Handel, George Frederic (1685-1759)

1685 Geboren op 23 februari te Halle (D) Georg Friedrich Händel
1695 Levert eerste composities af
1697 Zijn vader overlijdt; componeert cantates en orgelmuziek
1698 Wordt leerling aan het Stadtgymnasium
1701 Ontmoet Telemann
1702 Gaat rechten studeren aan de universiteit van Halle, maar besluit dat hij toch een muzikale carrière wil
1703 Wordt lid van het opearorkest van Hamburg
1705 Eerste opera, Almira, is een succes; daarna volgt Nero
1706 Geeft opera op en gaat lesgeven; eerste reis naar Italië, waar hij in Florence Alessandro Scarlatti ontmoet met wie hij vriendschap sluit
1707 Gaat naar Rome waar zijn eerste opera Rodrigo een succes is
1710 Wordt Kapellmeister van de keurvorst van Hannover; bezoekt Londen, waar hij koningin Anne ontmoet
1711 Opvoering Rinaldo in Londen
1712 Weer in Londen voor zijn Il Pastor Fido; raakt in moeilijkheden omdat hij te lang wegblijft in Hannover
1714 Is voornamelijk in Londen; koningin Anne overlijdt en zijn Duitse werkgever wordt koning George I van Engeland
1715 Händel en George I leggen ruzie bij na Watermusic
1717 Hoewel in Londen nog steeds populair, worden zijn opera's in Italië steeds minder uitgevoerd
1718 Bezoekt Hannover samen met George I; componeert Chandos en het oratorium Esther
1719 Acis en Galathea
1720 Drukke operawerkzaamheden; richt eigen operagezelschap op
1726 Laat zich naturaliseren tot Engelsman en verandert naam in George Frideric Handel (zonder umlaut); wordt aangesteld als componist van Chapel Royal
1728 Zijn gezelscahp raakt in moeilijkheden mede door succes van The Beggar's Opera van Gay.
1731 Gezondheid gaat achteruit
1735 Trekt zich terug uit operawereld en stort zich op oratoria
1736 Alexander's Feast voltooid en uitgevoerd; componeert Atalanta voor het huwelijk van de Prince of Wales
1737 Tijdelijke verlamming door beroerte
1739 Uitvoering Israel in Egypt en Saul
1742 Eerste uitvoering van Messiah in Dublin
1747 Première Judas Maccabeus
1749 Uitvoering Solomon in Covent Garden; schrijft Fireworks
1751 Gaat steeds slechter zien
1752 Uitvoering laatste oratorium, Jephtha; wordt geopereerd aan staar, maar is na de operatie blind

1759

Sterft op 14 april en wordt begraven in Westminster Abbey in Londen

 

Haydn, Franz Joseph (1732-1809)

1732 Geboren te Rohrau (D) josef haydn
 

Haydn is eigenlijk een Bohemer: op 31 maart 1732 werd hij in Rohrau geboren als tweede van de twaalf kinderen van een eenvoudig, vroom en vlijtig wagenmaker. De grootste wens van zijn moeder was een geestelijke uit haar zoon te zien groeien, maar gelukkig voor ons haalde de droom van vader het: die wilde er een muzikant van maken. In de huiskring werd er veel gemusiceerd en deze volksmuziek zou zoon Joseph later nog van pas komen.

Na enkele schuchtere pogingen bij een neef organist, wordt hij ingelijfd bij de (nu) beroemde Wiener Sangerknaben, die instonden voor de opluistering van kerkdiensten van de Stephansdom. Wenen was in die tijd de culturele hoofdstad van Europa, en het had een grote muziektraditie: hof, adel en burgerij beoefenden intensief alle mogelijke muziekgenres.

Toen hij de baard in de keel kreeg en in een onweerstaanbare opwelling de pruikenstaart van een collega afknipte, werd Haydn op staande voet ontslagen en weggestuurd uit het instituut. Hij stond letterlijk op straat, en moest een tijd leven uit de hand van enkele vrienden en bewonderaars.

Later kon hij in zijn levensonderhoud voorzien als kopiist, privé-leraar en begeleider bij de zanglessen van Porpora. Deze vergoedde hem ook in de vorm van compositielessen. Uit die tijd stammen zijn eerste serenades en strijkkwartetten op bestelling van de plaatselijke adel en gegoede burgerij. Verder bestudeerde hij de "nieuwe" werken van Carl Philipp Emmanuel Bach, die zo de geestelijke vader van zijn pianosonates zal worden.

In 1759 begint zijn loopbaan als kapelmeester bij graaf Morzin, voor wiens orkestje de eerste symfonieën gecomponeerd worden. Hij trouwt met ene Maria Anna Keller. Eigenlijk had hij zijn oog laten vallen op diens zus, maar ze werd hem door zijn schoonvader aangesmeerd als vervangster. Heel wat anekdotes uit zijn verdere leven wijzen erop dat dit niet de ideale verbintenis was: kinderen kwamen er niet, en Haydn liet zich vaak ontvallen hoe gelukkig hij was weer voor langere periodes uithuizig te moeten zijn voor zijn werk.

Naar zijn eigen woorden was hij niet ongevoelig voor de charmes van andere vrouwen; zeker omdat zijn eigen vrouw hem geen kinderen kon schenken, en omdat het haar onverschillig liet of ze nu met een schoenmaker dan wel met een kunstenaar getrouwd was. Hij leed ook onder haar onuitstaanbaar humeur, en kon gelukkig zijn hart luchten bij de zangeres Luigia Polzelli: ze was negentien toen de zevenenveertigjarige Haydn haar leerde kennen, en deze verhouding eindigde eigenaardig genoeg bij de dood van zijn eigen vrouw. Polzelli begon hem af te persen, om nog voor zijn dood met een Italiaanse zanger te trouwen.

In 1760 werd hij kapelmeester bij graaf Esterhazy in Eisenstadt. Er werd een volledig nieuw slot als buitenverblijf gebouwd, en Haydn kreeg er permanent beschikking over een voor die tijd uitgebreid orkest van 22 muzikanten. In een ideale omgeving kon hij in volle vrijheid naar eigen smaak en inzicht te werk gaan. Mede door de vele relaties van zijn broodheer geniet Haydn spoedig een grote bekendheid, en krijgt uitnodigingen en opdrachten uit Parijs, Londen, Amsterdam en Leipzig; ook in Amerika, Spanje en Italië werd zijn werk bekend.

Deze bekendheid kwam hem goed van pas in 1790, toen bij de dood van de vorst de kapel ontbonden werd, en hij een behoorlijk pensioen kreeg toegewezen, met behoud van de titel van kapelmeester. Hij vestigde zich als vrij kunstenaar in Wenen, en nu had hij plots alle tijd om in te gaan op de uitnodigingen uit Londen. Op aandringen van de violist en impresario Salomon ondernam hij twee reizen naar Engeland, waar zijn "Londense Symfonieën" triomfantelijk onthaald werden.

Hij werd door het hof ontvangen en kreeg het eredoctoraat van Oxford op voordracht van de beroemde muziekhistoricus Charles Burney. Op zijn eerste terugreis ontmoette hij de jonge Beethoven, die hem volgt naar Wenen voor muzieklessen. Toch heeft het tussen die twee nooit goed willen vlotten. De laatste jaren van zijn leven componeerde hij nog zijn twee belangrijkste oratoria: "Die Schöpfung" en "Die Jahreszeiten".

Wegens een naamverwisseling met zijn broer Johann kon hij zijn eigen doodsbericht in de krant lezen, en betreurde geen uitnodiging te hebben gekregen voor de groots opgezette rouwdienst in Parijs (met o.a. het Requiem van Mozart en een speciaal voor die gelegenheid gecomponeerd treurmotet van Cherubini), anders "had hij die dienst graag zelf gedirigeerd". Hij stierf dan ten slotte toch rustig en helder van geest middenin het bombardement van de Fransen op Wenen op 31 mei 1809 (dus 18 jaar na de 24 jaar jongere Mozart).

bron: www.componisten.net

 

Holst, Gustav (1874-1934)

Gustav HolstGustavus Theodoro von Holst (liet in 1918 het "von" vallen) geboren te Cheltenham op een herfstdag in 1874 uit een verengelste Zweeds-Duitse familie, leerde reeds op zeer jonge leeftijd viool en piano spelen en componeerde al op zijn twaalfde. Beide ouders waren zeer muzikaal.

Het gerucht doet de ronde dat hij reeds op zijn dertiende Berlioz' verhandeling over instrumentatie en orkestratie gelezen had. Holst was dan ook een bewonderenswaardige orkestrator.

Hij ging studeren aan het Royal College of Music - waar hij in 1919 professor zou worden - kreeg er compositieleer van Stanford en studeerde er tevens trombone. In 1895 ontmoette hij er Ralph Vaughan Williams, met wie hij vriendschap sloot. Ralph had een grote invloed op Holsts persoonlijkheid en componeerstijl.

Tot aan zijn huwelijk in 1901 verdiende Holst zijn boterham als trombonist. Daarna moest hij naar een veiligere bron van inkomsten zoeken, en werd muziekleraar. Hij gaf onder meer les aan de universiteit van Reading en aan het Royal College of Music. Werd in 1904 muziekdirecteur van de St. Paul's meisjesschool hetgeen hij tot zijn dood zou blijven. Holst bespeelde een groot aantal muziekinstrumenten, wat aan zijn virtuoze en kleurrijke instrumentatiekunst duidelijk te horen is.

In die periode componeerde Holst weinig. De werken die hij tot dan toe geschreven had, waren in de Wagneriaanse stijl, maar dankzij de invloed van Vaughan Williams ontwikkelde hij stilaan een eigen, persoonlijkere stijl. Hij werd geïnspireerd door Afrikaanse muziek (Beni-mora suite, Hymns from the Rig-Veda, de opera Savitri), volksmuziek (At the Boar's Head, Egdon Heath). Ook invloeden van Debussy en Richard Strauss zijn soms duidelijk aanwezig. Holst heeft zeker meer invloed gehad op de latere Engelse muziek dan andere componisten van zijn generatie.
Totaal onverwacht schreef hij het werk dat hem in één klap beroemd zou maken: The Planets. Hij componeerde deze suite naar aanleiding van een terloopse conversatie over astrologie.

Bekend zijn ook het koor en orkestwerk Hymn of Jesus (1917) en de opera's The perfect fool (1918-1922) en At the Boar's Head (1925). Hij componeerde voorts andere orkest- en koorwerken, vele daarvan op religieuse teksten, kamermuziek, liederen, balletten en opera's.
Zijn vroege werken zijn romantisch, zijn latere gematigd modern.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij naar het Midden-Oosten gestuurd om er oorlogje te gaan spelen. Als gevolg van een ongelukkige val in 1923 is hij niet meer in staat tot lesgeven. Vanaf dan componeert hij, op enkele uitzonderingen na, eerder sombere werken (Fugal Concerto & Overture). In 1934 gaat zijn gezondheid er sterk op achteruit, en hij sterft op 59-jarige leeftijd, op 25 mei van datzelfde jaar.
Behoort tot de belangrijkste Britse componisten van zijn tijd.

 

Klerk, Albert de (1917-1998)

1917 Geboren op 4 oktober in Haarlem (NL) Klerk, Albert de
1934 Aanstelling als organist St. Jozefskerk in Haarlem
1961 Première Super Omnia met Aafje Heynis
1964 hoofdvakdocent orgel Amsterdams Conservatorium
1976 Jurylid Franck-concours
1992 Organist Eeuwfeest Hendrik Andriessen

1998

 

 

 

 

 

 

Sterft op 1 december

 

 

 

 

 

 

Mendelssohn Bartholdy, Felix (1809-1847)

1809 Geboren op 3 februari in Hamburg (D) flex mendelssohn bartholdy
1812 Hamburg bezet door de Fransen; familie Mendelssohn vlucht naar Berlijn
1813 Krijgt pianolessen van zijn moeder
1818 Eerste openbare optreden
1819 Gaat bij de zangschool van Carl Zelter; eerste uitvoering van zijn compositie voor Psalm XIX
1821 Improviseert voor Goethe; pianokwartet in c klein (opus 1)
1825 Strijkkwartet (opus 20)
1826 Gaat naar de universiteit van Berlijn
1826 Ouverture Sommernachtstraum
1829 Dirigeert de Matthäuspassion van J.S. Bach (het begin van een hernieuwde belangstelling voor zijn grote koorwerken)
1830 Reformatiesymfonie; begint aan een reis door Europa en bezoekt Engeland, Schotland, Frankrijk en Italië
1831 Ontmoet Berlioz in Rome en Liszt in Parijs
1832 Ontmoet Chopin en John Field; begint aan Lieder ohne Worte
1833 Italiaanse symfonie in Londen in première; wordt muzikaal directeur in Düsseldorf
1835 Wordt directeur van het Gewandhaus Orkest in Leipzig
1836 Ontmoet Wagner; eerste uitvoering oratorium Paulus
1837 Trouwt met Cécile Jeanrenaud
1839 Dirigeert eerste uitvoering van Schuberts Symfonie in C groot
1841 Wordt muzikaal directeur van het conservatorium in Berlijn
1842 Voltooit de Schotse symfonie; ontmoet koningin Victoria
1846 Dirigeert première van Elias in Birmingham; zijn gezondheid gaat achteruit

1847

 

Geschokt door de dood van zijn geliefde zus Fanny; krijgt een inzinking en sterft op 4 november in Leipzig.

 

Mozart, Wolfgang Amadeus (1756-1791)

1756 Geboren te Salzburg (O) Wolfgang Amadeus Mozart
 

Vader Leopold Mozart was een niet onbelangrijk componist, violist en kapelmeester van het aartsbisschoppelijk orkest te Salzburg, maar gedoemd de geschiedenis in te gaan in de schaduw van zijn zoon. Hij hield de muzikale opleiding van zijn kinderen Nannerl en Wolfgang stevig in de hand, en wist ze als z.g. wonderkinderen op exhibitietournees financieel uit te buiten.

Toch kunnen we zeggen dat Wolfgang, in Salzburg op 27 januari 1756 geboren, een gelukkige jeugd gekend heeft, ondanks de ontberingen die de lange reizen voor het gestel van de kinderen in die tijd meebrachten. Als kleuter leerde hij spelenderwijs piano, en moest als zesjarige "kunstjes" gaan opvoeren in de salons van de fine fleur van de grote Europese steden: na Wenen en Pressburg stonden Parijs, Londen, Den Haag en München op het programma. De indrukken die het kind Mozart toen opdeed, zouden hem later als veelzijdig componist best van pas komen.

Nog voor het gezin in 1766 naar Salzburg terugkeert, verrast Wolfgang zijn vader-leermeester met symfonietjes en sonates. Hij krijgt opdrachten van het hof ("Bastien und Bastienne" en de opera buffo "La Finta semplice") en wordt in het orkest van zijn vader violist-concertmeester. Bewust weigerden de Mozarts daarvoor salaris, om het recht te behouden zich op elk ogenblik vrij te kunnen maken voor concertreizen.

Als de aartsbisschop sterft, beslist zijn strengere opvolger dat het maar eens gedaan moet zijn met die toestanden: Mozart krijgt een behoorlijk salaris, maar moet nu steeds ter beschikking van het orkest staan. Conflicten blijven niet uit, en in 1777 barst de bom: Wolfgang neemt ontslag en gaat op reis, dit keer door moeder begeleid (Leopold kon zijn orkest niet in de steek laten). Terug in Salzburg wordt Mozart organist en concertmeester. Tijdens een verblijf met zijn kapel in Wenen vindt hij de waardering die hem doet besluiten definitief met de aartsbisschop te breken, en het allereerste experiment als "vrije kunstenaar" op te zetten in Wenen (Haydn was toen nog bij Esterhazy en Beethoven te jong). Voor Mozart zelf was dit echter tegelijk het begin van de zorgen: zijn werken werden overal hoog aangeprezen maar laag geprijsd, terwijl kandidaat-pianoleerlingen door de hoge prijs afgeschrikt werden.

In 1891 huwt hij tegen de wil van zijn vader Constanze Weber, zodat ook uit die hoek geen financiële hulp meer moest verwacht worden, terwijl geen van beiden in staat was een gezinsbudget te beheren. Bij het overgrote deel van het publiek wekt Mozart meer bevreemding dan bewondering, en bij de meeste collega's alleen maar onbegrip en naijver. Een gelukkige uitzondering was de vriendschap met de veel oudere Haydn, maar ongelukkigerwijze bevond die zich in Mozarts zwartste periode in Londen.

Voor geen enkele vreemde invloed was Mozart immuun, en alles wist hij tot een zeer persoonlijke synthese te verwerken: de Reformopera van Gluck, Hillers Singspiel en Pergolesi's opera buffa vinden hun bekroning resp. in "La Clemenza di Tito", "Die Zauberflöte" en "Le Nozze di Figaro". Strijkkwartetten draagt hij niet zonder reden eerbiedig op aan Haydn, en de klavierwerken van Carl Philipp Emannuel Bach bepalen mee de stijl van Mozarts pianosonates en -concerto's. J.S.Bachs stijl verwerkt hij tot een zeer persoonlijke polyfonie, die we vooral in het "Requiem" terugvinden, terwijl we duidelijk invloeden van de Mannheimers vinden in de symfonieën.

Als hij op het punt staat naar Praag te verhuizen, waar hij zowel meer artistieke als financiële waardering vond, benoemt de keizer hem (met een hongerloon) tot hofmusicus, om hem toch maar in Wenen te houden. Ook een laatste reis naar het Noorden bracht meer waardering dan geld op. Het grootste deel van zijn inkomen ging dan nog naar dokters en apothekers, omdat Constanze door te snel opeenvolgende zwangerschappen, erg verzwakt was. Ook zijn eigen gezondheid ging achteruit, en omwille van het voorschot, aanvaardt hij de opdracht voor een "Requiem", ofschoon hij op dat ogenblik reeds werkte aan "Die Zauberflöte" en "La Clemenza di Tito". Net voor de voltooiing van het "Requiem" begeeft zijn gestel het op 5 december 1791 en zijn leerling Carl Süssmayer werkt de partituur af. Door het slechte weer en de ziekte van Constanze was niemand op de begrafenis aanwezig. Zijn lichaam werd in een anoniem massagraf geworpen, zodat het nageslacht hem niet eens postuum kan gaan eer bewijzen.

bron: www.componisten.net

 

Pärt, Arvo (1935)

1935 Geboren te Paide (Estland) Arvo Pärt
 

Studeerde compositie bij Heino Eller aan het conservatorium van Tallin, en was van 1957 tot 1967 werkzaam als klankregisseur bij de radio van Estland; in deze periode schreef hij ook filmmuziek.

In 1980 emigreerde hij naar Wenen; sinds 1982 woont hij in Berlijn. In 1996 werd hij erelid van de American Academy of Arts and Letters. Hij componeerde seriële muziek (Nekrolog v. orkest, 1959), gebruikte collagetechnieken (2de symfonie, 1966) en ontwikkelde vervolgens zijn ‘tintinnabuli’-, ofwel ‘klokjes’-stijl, die hem halverwege de jaren tachtig een wereldwijd succes bezorgde. Deze gaat uit van het grondprincipe van de westerse klassieke muziek: de drie noten van de drieklank, die klinken als bellen, 'tintinnabulations'. In zijn instrumentale werken komt dit het duidelijks tot uiting (Tabula rasa, 1977, Fratres, 1977-1980).

Zo herkenbaar als deze stijl thans is, zo moeilijk is hij te rubriceren. De muziek is tonaal, maar niet in de westers-traditionele zin; ze is modern in haar radicaliteit, maar archaïserend wat betreft keuze en behandeling van het materiaal; het repetetieve element speelt er een belangrijke rol in, maar de spirituele afstand tot de hoofdzakelijk Amerikaanse minimal music is groot. Kenmerkend is de sterk graviterende werking van een tooncentrum, meestal een drieklank, waardoor de kleinste uitwijking al een groot effect sorteert. De opvallende reductie van muzikale middelen is erop gericht zeer elementaire processen opnieuw met betekenis te vullen. Bij Pärt hangt deze werkwijze samen met een in de loop der jaren toegenomen belangstelling voor de rituele en liturgische bronnen van de muziek. Vanaf zijn Credo (1968; piano, koor en orkest) – dat hem in conflict bracht met de Sovjetautoriteiten – liggen steeds vaker religieuze teksten en motieven aan zijn werk ten grondslag. In de jaren negentig bereikte hij een ware cultstatus, mogelijk in samenhang met de opkomst van new age en de algemene hang naar spiritualiteit.

bron: www.klassiekemuziekgids.net

 

Puccini, Giacomo (1858-1924)

1858 Geboren te Lucca (I) Giacomo Puccini
 

Uit de ononderbroken reeks musici-van-vader-op-zoon was Giacomo Antonio Domenico Michele Secondo Maria Puccini de laatste en tevens belangrijkste telg.

Honkvast als dergelijke componisten uit familietraditie zijn, werden ze allen geboren in het noorditaliaanse Lucca, en op Giacomo na stierven ze ook allen in hun geboortestad. Giacomo was de tweede Jacob ("secondo") en de vijfde musicus uit de familie, en werd dus geboren in Lucca op 22 december 1858.

Hij verloor reeds zeer jong zijn vader, en veel weelde was er voor een weduwe met zeven kinderen niet weggelegd; van een echte muziekopleiding kon dus ook geen sprake zijn. De familietraditie en pianolessen bij de plaatselijke pastoor, Carlo Angeloni, zorgden er echter voor dat dit muziekdramatisch talent niet zou verloren gaan.

Na het bijwonen van een opvoering van Verdi's "Aida" in Pisa werd het Puccini menens, en door de voorspraak van een bevriende hofdame kreeg de toen reeds twintigjarige Giacomo een studiebeurs toegewezen van de koningin, om aan het Conservatorium van Milaan te gaan studeren.

Hij leefde er samen met een neef met slechts honderd lire in de maand. Compositieles kreeg hij er van Ponchielli, die hem aanvankelijk trachtte warm te krijgen voor het symfonische werk, ofschoon alle Puccini's vóór hem zonder uitzondering voornamelijk voor het muziektheater hadden gecomponeerd.

Ook de religieuze muziek trok hem aan, maar zijn eersteling, een "Mis in A", klonk zo theatraal, dat Ponchielli het geraadzamer achtte hem toch maar in de richting van de opera te duwen.

De eerste opera's "Le Villi" en "Edgar" kenden niet zo'n overdonderend succes, maar brachten toch genoeg op om de grootste financiële nood te lenigen, zodat er met geruster gemoed en gevulder maag kon worden gecomponeerd. Met "Le Villi" veroverde hij zelfs in bescheiden mate de muziektheaters van de Noorditaliaanse steden, nadat het werk aanvankelijk niet eens in aanmerking was genomen voor deelname aan de wedstrijd waarvoor Puccini het geschreven had. Zijn rijke inventiviteit en vooral een doeltreffende orkestratie stonden borg voor een succesrijke toekomst.

Met "Edgar", naar het melodrama van Alfred de Musset, kende hij in de Scala minder succes, maar dit verhinderde hem niet de hand te zetten aan zijn eerste grote werk: "Manon Lescaut", op een libretto naar de beroemde roman van Prévost. Het werk werd gecreëerd te Turijn in 1893, en vertoont reeds alle kwaliteiten én gebreken van zijn latere composities: een groot lyrisch-dramatisch vermogen en de gave tot sfeerschepping, naast een zekere neiging tot voze sentimentaliteit.

Het hield stand naast dé "Manon" van Massenet, en bracht genoeg op om een stuk grond te kopen buiten de stad; eerst liet hij er een eenvoudig landhuisje op bouwen, later een heuse grote villa. De rust van de natuur en de opwinding van de jacht waren voor Puccini onmisbare levensomstandigheden voor het componeren, terwijl andere ambten en functies die hem veelvuldig werden aangeboden zijn werk alleen maar zouden kunnen storen: één na één liet hij ze aan zich voorbijgaan.

De resultaten bleven dan ook niet uit: "La Bohème" (1896) en "Tosca" (1900) maakten hem wereldberoemd en welgesteld. De eerste, op een libretto van Biocosa en Illica naar een roman van Murger, ging ook te Turijn in première. Puccini's muziek brengt eenheid in de vier tonelen, en schildert op adequate wijze het Parijse artiestenleven van rond 1838.

Met "Tosca" zou hij de laatste twijfelaars overtuigen. Puccini betreedt er voor het eerst de paden van het verisme mee. Dit "verismo" is de muzikale uiting in de Italiaanse opera van het realisme als strekking binnen de romantiek (voornamelijk in Frankrijk; Zola, Bizet, Meunier, ...): de onderwerpen en personages zijn niet alleen hedendaags maar zelfs alledaags: de gewone sterveling wordt held in plaats van vorsten, veldheren en andere halfgoden. In tegenstelling tot "La Bohème" en "Manon Lescaut", die bewerkingen zijn van romans, schreef Victorien Hardou het werk voor toneel. Giacosa en Illica klaarden alweer het karwei van de omwerking tot een bruikbaar opera-libretto, zij het wel onder het bemoeizieke oog van Hardou.

Het resultaat van hun aller arbeid wist Puccini een maximum aan dramatische kracht mee te geven door zijn muziek. Het verhaal speelt zich af in Rome, waar het gecreëerd werd in het "Teatro Constanzu" in 1000 onder leiding van L. Mugnone. De partituur klinkt verrassend modern door het gebruik van schrille dissonanten en de impressionistische hele-toonstoonladder; van Wagner ontleent Puccini het gebruik van de Leitmotive.

Met "Madame Butterfly" had hij in 1904 minder geluk: het publiek van de Scala reageerde bij de première meer dan koeltjes. Hij werkte de twee lange bedrijven om tot drie kortere, en in die nieuwe gedaante begon het werk aan zijn veroveringstocht. "La Fianculla del West" werd gecomponeerd voor en gecreerd in de Metropolitan te New York, Caruso zong en Toscanini dirigeerde, maar deze opera werd in de eerste plaats gewaardeerd door de Amerikanen; de Europeanen hadden aan deze hulde aan de Pioniers blijkbaar geen boodschap, maar het werd wel de eerste opera waarin Puccini zocht naar een stijl aangepast aan de nieuwe geest en compositietechnieken van de twintigste eeuw.

In 1914 kreeg Puccini het aanbod om voor Wenen een operette te componeren; "La Rondine" (de Zwaluw). Toen hij er volop aan werkte brak de eerste wereldoorlog uit; Puccini wilde zijn contract nakomen op het gevaar af door zijn landgenoten als duitsgezind te worden bestempeld. Gelukkig voor hem kon zijn uitgever de overeenkomst laten ontbinden, en het werk, naar een libretto van Reichert en Willmer, werd door Adami omgevormd tot een komische opera, en in die vorm te Monte Carlo gecreëerd in 1919.

Ondanks zijn kwaliteiten kon het zich niet handhaven op het internationale repertoire. In datzelfde jaar 1919 zag Puccini zich verplicht zijn buitengoed bij in Torre del Lago in Toscane te verlaten omdat het geraas van de nieuwgebouwde fabrieken in de onmiddellijke omgeving hem verhinderden in ale rust te componeren. Hij liet een landhuis bouwen in Viareggio. Weer voor New York componeerde hij zijn volgende grote werk: het "Trittico", een drieluik met de eenakters "Il Tabarro", "Suor Angelica" en "Gianni Schicchi", van uiteenlopend onderwerp en niveau. Vooral de laatste, een soort opera buffa, valt op door zijn rake zin voor humor, en wordt weleens vergeleken met Verdi's "Falstaff".

Reeds in 1919 was Puccini begonnen aan zijn laatste grote opera: "Turandot", naar een verhaal van Gozzi. Hij heeft het werk niet zelf kunnen voltooien (Franco Alfano maakte het slotduet af): Zijn plots toenemende keelkanker verhinderde hem alle werk. Hij liet zich in Brussel opereren. De operatie slaagde, maar op 29 november 1924 begaf zijn hart het. Intussen was "Turandot", te Milaan in de Scala gecreëerd onder leiding van Toscanini. Het is wellicht de opera waarmee Puccini het dichtst zijn ideaal benadert, namelijk het scheppen van meesterwerken in de grote Verdi-traditie.

bron: www.componisten.net

 

Reissiger, Carl Gottlieb (1798-1859)

1789 Geboren te Belzig (D) reissiger carl gottlieb
 

Als opvolger van Carl Maria von Weber was Carl Gottlieb Reissiger niet alleen eerste kapelmeester van de saksischeHofkapelle Dresden, maar ook verantwoordelijk voor de kerkmuziek in de katholieke Hofkirche. Dat verklaart het feit waarom het voormalig leerling van de Thomasschule veelvuldig gebruik maakte van latijnse en liturgische teksten voor zijn composities.

Gottlieb was leerling van Johann Gottfried Schicht, Peter von Winter en, net als zijn tijdgenoot Beethoven, van Antonio Salieri in Wenen (1821). Hij studeerde ook theologie aan de Universiteit van Leipzig. Zijn muzikale opleiding vervolgde hij in het buitenland, eerst in Franktrijk en later in Italië, dat hij bezocht in opdracht van het pruisiche mininsterie van Binnenlandse Zaken.

In 1828 trad hij als opvolger van Carl Maria von Weber aan als hofkapelmeester in Dresden, nadat hij de twee jaar daarvoor muzikaal directeur was geweest van de Deutschen Oper. Hij zou tot aan zijn dood in 1859 hofkapelmeester in Dresden blijven.

Reissiger heeft een omvangrijk oeuvre nagelaten waaronder 60 liederen, negen opera's, een oratorium, negen latijnse en vier Duitse missen. Behalve door zijn eigen werken werd hij ook bekend door de eerste uitvoering van Wagners Rienzi (1842). Zijn opera's hadden het meeste succes: Didone, Der Ahnenschatz, Libella, Die Felsenmühle, Adèle de Foixund en het melodrama Yelva.

Hij componeerde tien tot twaalf grote missen voor de katholieke Hofkirche, die gekenmerkt werden door een rijke melodie en een warme uitstraling. Datzelfde geldt ook voor zijn psalmen, motetten en liederen die in talrijke bundels verschenen zijn, en voor zijn oratorium David.

Een van zijn leerlingen was Hermann Berens.

 

Verdi, Giuseppe (1813-1901)

1813 Geboren op 10 oktober in Le Roncole, bij Busseto Giuseppe Verdi
1823 Kerkorganist
1828 Componeert ouverture voor Rossini's Barbier van Sevilla
1829 Tweede organist van kathedraal in Busseto
1831 Wordt door beschermheer Barezzi naar Milaan gestuurd
1832 Afgewezen door conservatorium in Milaan
1832-1835 Studeert onder Vincenzo Lavigna in de Scala
1836 Neemt baan als leraar in Busseto; trouwt met Margherita Barezzi
1838-1839 Zijn dochtertje en zoontje overlijden; zijn eerste opera Oberto heeft veel succes in de Scala
1840 Zijn vrouw overlijdt; schrijft komische opera Un giorno di regno die een flop wordt in de Scala
1842 Nabucco enorm succes in de Scala met 57 opvoeringen
1846 Atilla in première in Venetië; artsen schrijven een half jaar rust voor
1847 MacBeth in première in Florence; bezoekt Londen voor productie I Masnadieri
1849 Koopt landgoed in Sant' Agata bij Busseto
1850 Oostenrijkse overheid verbiedt try-out Rigoletto
1851 Première Rigoletto in Venetiê is groot succes
1853 Doorslaand succes Il trovatore in Rome; La Traviata een flop in Venetië
1859 Trouwt met Giuseppina Strepponi
1860 Wordt gekozen in Italiaanse parlement
1861 Koninkrijk Italië wordt uitgeroepen
1871 Aïda in Caïro
1874 Première van het Requiem in de San Marco in Milaan
1887 Otello groot succes in de Scala van Milaan
1897 Giuseppina overlijdt

1901

 

Overlijdt op 27 januari in Milaan; de stad loopt uit en vormt een indrukwekkende haag op Verdi's laatste tocht