Recensie Matthäuspassion 2002

door Henk Geuzenbroek

De zesde uitvoering in successie van de Matthäuspassion stond globaal op het zelfde hoge peil als die van voorgaande jaren. Twee mooie koren die bij elkaar en apart een vrijwel waterdichte eenheid vormden en beiden werden gedreven door dezelfde emotionele bezieling, gezonde en weloverwogen interpretaties (met soms stevige tempi die mij persoonlijk wel eens wat ver gaan), wederom een bijzonder mooi en bevlogen solistenkorps, en het orkest dat ook nu weer op hoog peil stond, maar evenwel iets minder geïnspireerd tewerk ging als verleden jaar - daar heb ik het nog wel even over. Alles bij elkaar weer een prestatie die bewondering en ontroering afdwong: jullie MP heeft een niveau waar je best trots op mag zijn.

Omdat ik weer eens op de verkeerde plek in de kerk zat - ik was gewoon te laat! - had ik soms wat moeite om alles precies te volgen. Polyfonie, doorzichtigheid en articulatie waren soms niet zo duidelijk, maar ik weet al lang dat dit niet aan jullie lag en dat ik zelf zat opgescheept met een akoestisch probleem. Misschien heeft het er iets mee te maken dat ik de lagere tonen van het jongenskoor niet goed kon onderscheiden. De wat hogere tonen waren veel duidelijker. Misschien toch wat overzongen door het koor? Gelukkig ken ik de MP vrijwel uit mijn hoofd, dus ik heb heus niks gemist, als je dat dacht!

Ook nu weer een koppel fraaie solisten, waarvan de meeste hier al lang vertrouwde gezichten zijn: de als steeds stralende Hanneke Kaasschieter - hoewel soms toch wat mat? - de prachtige countertenor Peter de Groot die ook nu weer uitermate wist te ontroeren, Robert Coupe als wat bedachtzame, maar steeds meeslepende evangelist, de indrukwekkende Christuspartij van Charles van Tassel en de tenoraria's van Robert Luts, ach, daar is in voorgaande jaren al zo veel over gezegd - ik wil het woord magistraal niet zo gauw gebruiken, maar het zat in de buurt. De bas Palle Fuhr Jorgensen deed daar weinig voor onder, maar ik had de indruk dat hij een beetje ongemakkelijk in zijn vel zat en soms wat geremd overkwam. Daar stond tegenover dat hij alles zonder partituur uit zijn hoofd zong, en dat vond ik knap. Met het koor vormden deze rasmuzikanten weer een muzikale en religieuze eenheid die nergens hinderlijk werd onderbroken.

Het orkest toonde weer de kwaliteiten van een geschoold en geroutineerd beroepsensemble, maar deze keer voelde ik me toch niet overal even lekker. Hoewel ook deze keer weer de prachtigste solisten waren te horen en het ensemble grote klasse toonde, miste ik op verscheidene plekken de ware bezieling en magnifieke uitstraling die in voorgaande jaren zo eclatant naar voren traden. Een beetje routineus en "het moet nog maar een keer". Nog eens, en met nadruk: lang niet overal, er was veel te genieten - maar zo hier en daar...

En in de solopartijen noteerde ik deze keer wat kritiek - wat me nog nooit is overkomen: de gambasolo in de "Geduld"-aria was een beetje wild en hakkerig, van de cellosolo in "O susses Kreuz" was het gepunteerde ritme me te slap, wat veel spanning weg nam, en het tempo van de aria "Gib mir meinem Jesum wider" was me echt een beetje te snel - de vioolsolist moest aan zijn toch al razend virtuoze solo meer dan zijn handen vol hebben gehad. Maar ik moet zeggen: hij deed het wél! Daar staat tegenover de prachtig uitgebalanceerde fagotpartij in een van de continuo partijen, die ik bewonderde, en de trouvaille van Peter de Groot, die het da Capo van de aria "Konnten Tranen ..." pianissimo inzette. Een bijzonder effect! Geloof overigens niet dat de kritiek hierboven, van toch wel kleinigheidjes, de totale uitvoering nadelig beïnvloedde - helemaal niet. De enthousiaste reactie van het publiek bewees het tegendeel en was welverdiend.

> terug naar terugblik