Recensie Algemeen Dagblad Rivierenland 6 maart 2006

door Ger van der Tang

COV Gorkum met Fauré's Requiem op vertrouwd terrein

GORINCHEM - Uitdagingen gaat de Christelijke oratoriumvereniging Gorkum niet uit de weg. Vijf weken voordat in de Grote Kerk voor de tiende keer in successie de Mattheuspassie ten gehore zal worden gebracht, verraste zij vrijdagavond onder leiding van Kees Glaubitz met vier religieuze werken van geheel andere aard: de Psalmen 86 en 148 van Gustav Holst (1912), de Berliner Messe (1990) van Arvo Pärt en het Requiem van Fauré.

Werken die qua muzikale inhoud en klankkleur ook sterk van elkaar verschillen. Wel viel op dat in het Agnus Dei, het berustende slotdeel van de mis van Pärt, de intieme sfeer van Fauré's Requiem bijna tastbaar aanwezig was.

Gesteund door het in kleine bezetting optredende RBO Sinfonia (voorheen het Randstedelijk Begeleidingsorkest) en organiste Margriet den Hartog en met de sopraan Marijke Nieuwenweg en de bas-bariton Ronald Dijkstra als solisten kwam het tot een uitvoering die van redelijk (Pärt) tot bijna ideaal (Fauré) kan worden gekenschetst.

De twee Psalmen van Holst staan nog geheel in de Britse koortraditie. Mooi, vooral was de unisono-zang waarmee ze openen, terwijl de sopraan verraste met een schitterende inzet bij de passage ‘save Thy servant’.

Op Pärts Berliner Messe was onmiskenbaar hard gestudeerd. Maar de uitvoering liet veel te wensen over. De dames voelden zich bij Pärts ingewikkelde melodische lijnen - een soort laat-twintigste eeuws gregoriaans - nog het meest thuis. Maar voor de tenoren en bassen was het soms een ware zoektocht naar de juiste inzet en de juiste voortzetting. In de beurtzang van Veni Sancte Spiritus was het koor echter behoorlijk op dreef. En bariton Ronald Dijkstra zorgde voor enkele stijlvol uitgevoerde Alleluja-verzen.

Met het Fauré-Requiem was COV Gorkum weer op vertrouwd terrein. Onder een geïnspireerd leidende Glaubitz kwam het een prachtige uitvoering met warme, maar intense koorzang, zeker ook van de heren, zoals in O Domine Jesu Christe.

Mooi ook was het aandeel van de solisten en dat van de ‘lage’ strijkers - twee cello’s, twee alten en een contrabas - aan wie in deze versie van het Requiem het leeuwendeel van de orkestpartij toevalt.

Hoogtepunt was het Sanctus - allicht, want dat is in de hemel geschreven. En al even ontroerend het slot, In Paradisum, waarbij harpiste Yolanda Davids en organiste Margriet den Hartog tekenden voor een prachtige begeleiding op de weg naar ‘de heilige stad Jerusalem’.

> terug naar terugblik